2015 - Volkswagen zit in de problemen. In een paar dagen is de beurswaarde van Volkswagen met miljarden euro ‘s gekelderd. De oorzaak? De Amerikaanse milieudienst EPA heeft ontdekt dat Volkswagen software heeft geïnstalleerd die tijdens de controles op uitstoot van vervuilende gassen het motormanagement zo aanstuurt dat de uitstoot binnen de perken (en regelgeving) blijft. De software herkent wanneer de auto wordt getest. Gedurende het normale dagelijkse gebruik kan de uitstoot echter tot wel 40% toenemen en blijkt die schone Golf of Passat ineens een enorme vervuiler. Wellicht een techniek die Volkswagen heeft afgekeken van de creatieve brommersleutelaars bij een reguliere rollerbankcontrole? Maar dat terzijde.

In de eerste 8 maanden van 2015 heeft Volkwagen (inclusief, Audi, Seat en Skoda) maar liefst een aandeel van bijna 27% in het aantal nieuw geregistreerde lease-auto’s. Het getroffen wagenpark is dan ook aanzienlijk te nomene. Naast directe gevolgen voor de verkoop kunnen de indirecte gevolgen dan ook  fors zijn. Hoe betrouwbaar zijn de gemeten waarden in Nederland en wat zijn de gevolgen voor de bijtellingscategorieën? Wie is er aansprakelijk voor de mogelijke extra brandstofkosten en wat is dan het referentieniveau? De ene rechtervoet is ten slotte de andere niet.

De vertaling naar andere branches is echter ook snel te maken. Zo ook de installatietechniek. Weliswaar is hier (vooralsnog) geen sprake van verduisterende software, maar machines die in de praktijk rendementen behalen die niet overeenkomen met de fabrieksprestaties zijn zeker niet vreemd. Dat gebouwen hierdoor veel minder energiezuinig zijn dan de papieren exercities (Energieprestatie-berekeningen, maar ook BREEAM) waarop vergunningen worden verleend toont toch een sterke gelijkenis met de Volkswagen situatie.

Laat ik hierbij een WKO met warmtepomp als voorbeeld nemen. Zo geldt voor menig warmtepomp dat deze bij een FAT (Factory Acceptance Test) een fantastische COP (Coëfficiënt of Performance, opwekrendement) laat zien. In een laboratorium zijn de ideale omstandigheden te creëren die in de praktijk weinig met de realiteit te maken hebben. Je kunt je hierbij best afvragen of hier ook de spiegels achterwege worden gelaten, de naden dicht geplakt  en de banden extra hard opgepompt. Een fluwelen rechtervoet is ook vereiste.

Bij de SAT (Site Acceptance Test) zijn de uitkomsten doorgaans al minder rooskleurig. De kwaliteit van de binneninstallaties heeft ineens direct invloed op het functioneren van de warmtepomp. Een praktijksituatie komt niet helemaal overeenkom met de laboratorium test zoals bij de FAT. Echter door het simuleren van bedrijfssituaties door middel van het GBS is de invloed van de rechtervoet nog volledig te controleren.

Na oplevering neemt de gebruiker het stuur volledige over. Natuurlijk gelden er maximumsnelheden, maar een beetje sneller kan echt geen kwaad. Een iets hogere aanvoertemperatuur zal de prestaties van de warmtepomp echt niet schaden. En waarom al bij 2.500 RPM opschakelen, meer toeren is toch eerder op snelheid? Als de piekketel iets vaker inschakelt, dan is dat toch helemaal niet erg? Het is toch warm!

Uit onderzoek blijkt dat ruim 70% van de WKO’s (met warmtepompen) niet de rendementen realiseert zoals voorzien. De systeemrendementen of zogenaamde SPF (Seasonal Performance Factor) zijn nog veel lager zijn dan de opgegeven COP’s. De oorzaken zijn divers. Ik vermoed dat veel beheerders, anders dan de echt gespecialiseerde partijen, niet eens een idee hebben hoe de WKO-installaties presteren. Gewezen naar mogelijke schuldigen wordt er eigenlijk niet. In WKO-land zijn we niet onder de indruk en wisten we het eigenlijk wel. Garantietermijnen zijn verstreken en gehandhaafd vanuit vergunningsoogpunt wordt er vooralsnog onvoldoende.

Vanuit Valstar Simonis kunnen we hier echter significant waarde toevoegen. We kunnen door middel van actief energiemanagement het verbruik in kaart brengen en (bij)sturen. Bij disfunctioneren starten we door eens goed het motormanagement (GBS) te bestuderen en dit te vergelijken met de fabrieksspecificaties, de ontwerpuitgangspunten. Doorgaans is hieruit al snel te concluderen of het een technisch of softwarematig mankement betreft. Met onze kennis zijn we prima in staat om de problemen vakkundig te doorgronden en op te lossen om zo te komen tot installaties die wel de voorziene prestaties halen. Verder kennen ook wij natuurlijk de trucs om het verbruik aantoonbaar te verminderen.

Voor nieuwbouw geldt dat de toepassing van Commissioning als borgingsmethodiek. Commissioning omvat het proces van borgen dat gebouwinstallaties zijn ontworpen, gerealiseerd en in de praktijk functioneren conform de functionele uitgangspunten van de eigenaar en/of gebruiker. Zo krijgt een gebruiker praktisch gegarandeerd de prestaties en energierekening zoals vooraf voorzien. Commissioning vindt doorgaans gedurende het gehele eerste gebruiksjaar plaats. Hierdoor wordt een beeld van de prestaties gevormd voor de diverse seizoenen en situaties.

Het onvoldoende presteren van installaties leidt direct tot een hogere CO2-uitstoot, als gevolg van een hoger primair energieverbruik. Menig organisatie betaalt dan ook teveel voor haar energierekening, ongeacht of het hier nou WKO’s betreft of conventionele installaties op basis van ketels en koelmachines. De bovengenoemde activiteiten leiden direct tot een verlaging van de energieverbruiken waar de opdrachtgever haar vruchten van plukt.

Tot slot geldt voor installaties dat het gebruikersgedrag, de rechtervoet, niet volledig is uit te sluiten. Vanuit energieprestaties is dat wenselijk te noemen, vanuit gebruiksgemak is het een no go area. Sterker nog, op het vlak van kantoorgebruik wordt steeds specifieker ingegaan op individuele eisen en wensen. Neem The Edge in Amsterdam als voorbeeld waar klimaat en verlichting op werkplekniveau regelbaar zijn. Dat kan onder andere door software die herkent of je aanwezig bent. De gelijkenis met Volkswagen gaat daar dan weer op. Ik ben benieuwd hoe de parallel zich gaat ontwikkelen als er straks sprake is van zelfrijdende auto’s…