April 2016 - Momenteel  ben ik voor een tweetal projecten aan het werk op het gebied van een van mijn oude liefdes: een warmtenetten en warmteopwekking. Ik moet eerlijk zijn, het warmtenet heeft het zwaar. De perikelen van Ennatuurlijk in Tilburg en op dit moment Eneco in Utrecht komen het toch al niet te beste imago van stadsverwarming niet ten goede. Andere voorbeelden als in Almere, Nieuwegein en Ypenburg zijn bekende gevallen. Wat zijn de achterliggende redenen dat de discussies over het warmtenet zo hoog oplaaien? Verhoogd energieverbruik en tarieven als je het mij vraagt.

Tegenstanders

Sceptici, waarvan er een aantal overigens de gehele dag niets anders doen dan het principe stadsverwarming zwart maken, vallen over de energieprestatie van de warmteopwekker incl distributie in relatie tot de overige energiebesparende onderdelen van de woningen zoals bijvoorbeeld isolatie. Stelling is dat woningen voorzien zijn van minder isolatie (een lagere Rc-waarde) dan woningen die zijn uitgerust met bijvoorbeeld een traditionele HR107-gasketel. Ik vermoed dat dit tot voor kort in situaties zeker het geval is geweest, met als gevolg dat het verbruik in woningen hoger is dan in de traditionele situatie. Saillant detail hierbij is dat dezelfde sceptici, die ik zojuist noemde, op social media veelal propageren tot het gebruik van een eveneens prachtige techniek, namelijk de elektrische warmtepomp. Hiermee wordt het verbruik aan warmte en warm tapwater echter niet minder. Wellicht is het primaire energieverbruik wel lager als gevolg van een hoger opwekrendement van de warmtepomp. Naïsoleren is echter het enige dat helpt om het verbruik echt te verminderen.

Het tweede argument inzake tarieven komt met name voort uit keuzevrijheid en marktwerking. Wat mij betreft is keuzevrijheid is een plausibele. De Nederlandse consument heeft keuzevrijheid met betrekking tot de inkoop van gas en elektriciteit. Voor warmte geldt dit (vooralsnog) niet. Er is sprake van een monopolie. Dit wekt wrijving op, want de consument is gewend om te kunnen kiezen. In de praktijk blijkt dat slechts een beperkt deel van de mensen daadwerkelijk switcht van energieleverancier indien de mogelijkheid zich voordoet. Volgens branchevereniging Energie-Nederland was dit in 2015 15,1% waar het gaat om gas en/of elektriciteit. Dit aandeel stijgt ieder jaar maar is nog niet allesbepalend.

Een ander argument tegen het warmtenet betreft dat deze de daadwerkelijke verduurzaming tegengaat en helemaal niet zo duurzaam is als voorgespiegeld in de opwekrendementen. Voor de grote warmtenetten worden doorgaans conventionele (kolen-)centrales gebruikt waarbij warmte uit het proces onttrokken. De opwekrendementen van centrales op het gebied van elektriciteitsproductie gaan hiermee omlaag, maar om te stellen dat dit verduurzaming tegengaat gaat mij ver, ik ken de rekensommetjes hiervan niet. Hoewel een groot warmtenet zeker voordelen heeft met betrekking tot opwekvermogens en gelijktijdigheden gaat mijn voorkeur naar relatief kleinere netten voor de nieuwbouw. Waar er daadwerkelijk zinvol toepassing is van restwarmte of warmteuitwisseling met echt duurzame opwekkingstechnieken.

Nul op de Meter

Met de opkomst van het zogenaamde Nul op de Meter-concept (NodM) is het warmtenet nog verder in het verdomhoekje gekomen. All electric lijkt de toekomst te hebben. Ik heb dat vermoeden ook, maar in mijn ogen kan het warmtenet daar een prima plaats innemen, daarover later meer. Het kostenaspect en duurzaamheid van een warmtenet heeft op meerdere fora (waaronder op Ruimtevolk) ter discussie gestaan. Onterecht. In de kostenvergelijking met bijvoorbeeld de NodM-woning worden appels met peren vergeleken. Voor de case warmtenet wordt gestart bij de opwekking, terwijl bij de NodM-case wordt gestart bij de energiemeter thuis. De problemen voor netbeheerders die ontstaan wanneer iedere woning als NodM wordt uitgevoerd, worden gemakshalve niet  in de case opgenomen. Alliander heeft onlangs in haar jaarverslag een aantal trends omschreven, die hier een nauw verband mee hebben. Bovendien zijn nog steeds elektriciteitscentrales benodigd om de woningen te voorzien wanneer de zon onverhoopt niet schijnt. En dat is in Nederland toch geruime tijd. Overigens geloof ik zeker in het principe van NodM, het zorgt voor een enorme impuls op de woningmarkt en heeft de aannemers gedwongen op een andere manier naar hun bouwproces te kijken. Echter energetisch gezien is het plaatje pas compleet wanneer er ook decentrale opslagmogelijkheden zijn en niet het reguliere voornamelijk kolengestookte elektriciteitsnet gebruikt hoeft te worden.

Rol van het warmtenet in de energietransitie

Waarom vind ik het warmtenet nog steeds een zeer interessante oplossing? En onder welke voorwaarden kan het warmtenet een goede rol spelen in de energietransitie? Wat mij betreft zijn er vier steekhoudende aspecten dan wel voorwaarden:

  1. Water is een flexibel energiedragend medium. Water is zeer flexibel waar het gaat om het toevoegen en onttrekken van energie. Er zijn diverse temperatuurniveau ’s mogelijk zodat ook de diverse gebouwtypen en bouwjaren voorzien kunnen worden. Streven hierbij is natuurlijk om het temperatuur zo laag als mogelijk te houden.
  2. Er zijn meerdere en diverse bronnen mogelijk. Het warmtenet kan gevoed worden door meerdere lokale bronnen, zoals aanwezige restwarmte (echte restwarmte) of lokale geothermiebronnen. Warmtepompen, zonneboilers en biomassacentrales kunnen eveneens ingezet worden om het warmtenet te voeden. Decentraliteit is hierbij voor mij het credo.
  3. Het warmtenet kan, als gevolg van het energiedragend medium water, uitstekend als opslag dienen. Opgewekte elektriciteit uit zonnepanelen (van bijvoorbeeld een NodM-woning) kan ingezet worden om het water in een warmtenet te verwarmen, wanneer dit niet wordt gebruikt in de woning waar het opgewekt wordt. Het elektrisch vermogen van twee waterkokers is gemiddeld gezien al evenveel als de meeste PV-installaties op daken van woningen en bovendien bijna genoeg om een hele woning te verwarmen.
    Ook netten die nu niet op deze wijze zijn uitgevoerd kunnen in theorie hiermee worden voorzien.
  4. Door de lokale component van een warmtenet is deze zeer geschikt voor een coöperatief eigenaarschap of participatie. Hiermee ontstaat betrokkenheid en een gezamenlijk belang in het warmtenet, waardoor de aversie zoals deze voor consumenten nogal eens geldt voor de traditionele energiebedrijven significant minder wordt. Een mooi voorbeeld hiervan blijft Thermo Bello in Culemborg, waar ik namens één van mijn vorige werkgevers bij betrokken was.

Natuurlijk blijven er nadelen kleven aan een warmtenet. De belangrijkste is wat mij betreft het optredende energieverlies. Zeker in de zomer is dit relatief gezien (te) fors. Door goed geïsoleerde leidingen te hanteren, kan dit zoveel als mogelijk worden voorkomen. Zeker wanneer ook de woning goed wordt geïsoleerd is het percentage voor lokale netten veel kleiner als men doet geloven.

Met de huidige EPC-wetgeving is de minimale energieprestatie van woningen in ieder geval beter beschermd dan een paar jaar geleden, toen een kwaliteitsverklaring vaak toereikend was om de gevraagde EPC zonder veel problemen te realiseren. Ook de vastgoedontwikkelaar en aannemer hebben morele plicht bij de realisatie van de woning. Goede uitgangspunten én uitvoering zijn onontbeerlijk.

Ook de monopoliepositie, met name het gevoel dat het een monopoliepositie betreft, verdient aandacht. Het voorbeeld ThermoBello heb ik reeds aangehaald, maar er zijn natuurlijk ook andere voorbeelden te noemen. Belangrijkste is dat klanten zich als serieuze partij gehoord voelen. Een transparant en een eerlijk tarief is daarbij de voorwaarde

Meerdere wegen

Nederland voert vooralsnog een achterhoedegevecht in Europa met betrekking het realiseren van de doelstelling richting 2020 bleek vorige maand maar weer. Met 4,5% is de vereiste 14% nog ver weg. Laat staan dat we als Nederland volledig energieneutraal willen zijn in 2030-2050. De toepassing van NodM gaat dit niet alleen teweegbrengen, waar het de (nieuw)gebouwde omgeving betreft. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden waarvan het toepassen van een lokaal warmtenet er zeker één van is. Niet in alle situaties zullen de vier aspecten toegepast kunnen worden, het streven moet echter zijn om zoveel als mogelijk deze toe te passen. Ik doe er alles aan om voor mijn opdrachtgever de beste optie haalbaar te maken, op zowel financieel, technisch, duurzaam als toekomstbestendig gebied en weet zeker dat ik hierbij bijdraag aan de verduurzaming van Nederland.