Het CCNL is het nieuwe gezamenlijke collectiegebouw voor de rijkscollecties van het Nederlands Openluchtmuseum, museum Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en is in 2020 opgeleverd.

Het CCNL is in zekere zin de schatkamer van Nederland, maar de nadruk van het project ligt op de functionaliteit. Het compacte gebouw kent weinig buitenoppervlak, is vrij indeelbaar en uitbreidbaar en bidet bovenal een prettige werkomgeving. Het kent een volumeopbouw met een 'kop’, ‘hals’ en ‘romp’. Het eigenlijke depot, de ‘romp’, bestaat uit een vierlaags volume dat vanwege beton-kernactivering met lucht over alle lagen geschikt is voor zowel een traditionele klimatisering als het Hollands klimaatmodel. Een voorliggend enkellaags bouwdeel met een vergelijkbare vierkante footprint bevat met een heldere logistiek en aangename, daglichtrijke werkruimten het programma van de ‘hals’. De ‘kop’ vormt een volledig transparant segment vooraan, dat zowel de medewerkers als bezoekers verwelkomt.

Valstar Simonis heeft alle installatietechnische ontwerp-werkzaamheden uitgevoerd inclusief de beveiliging (security) en transportinstallaties. Naast het enorme depot (>20.000  m2) omvat het complex onder meer 2 grote ateliers voor onderzoek en herstel, een ontvangstdeel waar tevens reiniging en ontsmetting kan plaatsvinden, een rongen- en fotostudio en een kantoordeel.

De lat voor duurzaamheid is voor dit project erg hoog gelegd. Naast het passieve depot volgens het Hollandse Denemarken-model moet het binnenklimaat in de rest van het gebouw binnen nauwe bandbreedten blijven. Door een intensief en interactieve samenwerking in het ontwerpteam en het maximaal benutten van het dakoppervlak voor zonnepanelen is het nieuwe Collectiecentrum een energieleverend gebouw met een EPC -1,849 geworden.

Het ontwerp is BREEAM-Outstanding gecertificeerd (90,62%) en in de categorie Public Sector Projects genomineerd voor de internationale BREEAM Awards 2019.

Bijzonder is de klimatisering van het depotgedeelte. Als een soort omgekeerde koelbox is de buitenschil met een extreem dikke isolerende gevel over de collecties geplaatst. De begane grondvloer blijft juist ongeïsoleerd en in direct contact met de onderliggende grond, die als een zeer stabiele temperatuurbuffer werkt.

In afwijking met het originele Denemarken-model bevat het depot 4 bouwlagen. Door het plafond van de twee bovenste verdiepingen te activeren (BKA) is het mogelijk de temperatuur aldaar beperkt te beïnvloeden. Ook de voorbouw, 'kop' en de 'hals', waarin de mensen werkzaam zijn, hebben een zeer hoge isolatiewaarde.

Architectenbureau cepezed©