Circulair is hot. Als onderdeel van het brede begrip duurzaamheid wordt op dit moment veel aandacht besteed aan circulariteit. Logisch naar mijn idee. Het probleem van de uitputting van grondstoffen is groter dan die van energie. Natuurlijk, het energieprobleem en de toename van CO2 uitstoot is urgent. Ik ben er echter van overtuigd dat dit over enkele decennia is opgelost. Mijn toekomstige verzorgingshuis zal volledig energieneutraal zijn. Als ik de huidige levensverwachting waarmaak, word ik volledig klimaatneutraal gecremeerd. De wijze waarop wij op dit moment onze grondstoffen gebruiken of eigenlijk verbruiken is een grotere reden tot zorg. Het lineaire proces van “take-make-dispose” zal drastisch moeten worden veranderd. Ik juich het principe van het circulair bouwen dan ook toe.

Een van de basis principes van circulair bouwen is te zorgen dat een gebouw en voorzieningen erin zo lang mogelijk meegaat. Iets wat zo lang mogelijk meegaat, hoeft niet snel vervangen te worden en vermindert de druk op de grondstoffenwinning. Een gebouw moet dan dus geschikt zijn voor toekomstige aanpassingen en toekomstig gebruik. Oftewel ook geschikt zijn voor mogelijke andere gebruiksfuncties. En daar wringt het met de huidige EPG berekening en met de nieuwe BENG systematiek. De ene gebruiksfunctie krijgt in de EPG berekening meer energiebudget dan de andere. In de nieuwe BENG methode is de toegestane maximale energiebehoefte (een van de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) van een gezondheidszorgfunctie groter dan van bijvoorbeeld een kantoor. Met andere woorden, als de functie van een nieuw zorggebouw dat met een grote mate van flexibiliteit is gebouwd en volledig voldoet aan de BENG eisen, verandert in de functie kantoor, voldoet het (mogelijk) niet meer aan de diezelfde BENG eisen (voor een kantoor). Hoe dient een handhaver dit dan te beoordelen? Moet een flexibel, circulair gebouw altijd voldoen aan de strengste eisen? In feite is het nu niet anders met de huidige EPC-methodiek maar om circulair bouwen in de toekomst beter mogelijk te maken moet hier wellicht op de een of andere wijze rekening mee worden gehouden. Ditzelfde geldt vanzelfsprekend voor de aspecten als ventilatie, brandveiligheid en vluchtwegen. Een circulaire gebouwde omgeving vraagt misschien ook een wat meer flexibele regelgeving- methodiek?