Valstar Simonis heeft meerdere onderwijsprojecten in zijn portfolio. We lichten er hier twee uit en staan stil bij de vraag voor welke uitdagingen we bij de bouw of renovatie van onderwijsgebouwen komen te staan. Zo is er na de uitbraak van corona veel gesproken over de ventilatie van klaslokalen en deed online onderwijs op grote schaal zijn intrede. Heeft dat de eisen aan onderwijsgebouwen veranderd?

impressie hogeschool rotterdam
Copyright: Hogeschool Rotterdam & Paul de Ruiter Architects

Hogeschool Rotterdam

“Onderwijsgebouwen zijn bijzondere projecten om aan te werken”, vindt Jacques Mol, senior adviseur bij Valstar Simonis. “Binnen elk niveau van onderwijs zijn er speciale eisen, die consequenties hebben voor de technische installaties. Waar het basisonderwijs vraagt om kleinere, vaste lokalen, zie je bij hogescholen en universiteiten steeds meer behoefte aan werken in kleine wisselende groepen. In nieuwe gebouwen worden daarom steeds meer groepsruimten en hangplekken gecreëerd.” Zo ook bij de Hogeschool Rotterdam. Een van de oude gebouwen aan de Kralingse Zoom voldeed niet meer aan de hedendaagse eisen en is ontmanteld. Op de huidige locatie komt een energieneutraal gebouw, dat een verbinding vormt met de andere, oudere gebouwen.

Eisen aan datanetwerken en ventilatie

Speelt het ontwerp in op de mogelijkheid om in de toekomst hybride onderwijs (combinatie online en fysiek) te blijven geven? “Dat is altijd een aandachtspunt”, aldus Jacques. “Sociale interactie blijft nu eenmaal belangrijk voor studenten. Wel hebben we in het ontwerp gezorgd voor een uitstekend data- en ICT-netwerk, want de eisen daaraan worden zowel vanuit de scholen als vanuit de studenten steeds hoger.”

In het ontwerp is een zeer uitgebreid ventilatiesysteem meegenomen, laat Jacques weten. “De eisen aan ventilatie waren al behoorlijk hoog”, verklaart hij die keuze. “Door corona is iedereen zich er alleen meer bewust van geworden.” Bij de Hogeschool is gekozen voor een hybride ventilatiesysteem. In de zomer kan het dak van het atrium worden opengezet. “Zo combineren we goede, natuurlijke ventilatie met, indien nodig, mechanische systemen. Overigens bestaat het atriumdak uit zonneramen die elektriciteit opwekken. Dit is nodig om aan de eisen van energieneutraal te kunnen voldoen. Daarnaast plaatsen we zonnepanelen op de rest van het dak en in de gevel aan de zuidkant.”

atrium ITC Twente open ruimte ITC Universiteit Twente
ITC Universiteit Twente, Architect Civic, VDNDP, interieurarchitect: studio Groen+Schild

ITC Universiteit Twente

Rienk Hiddema, adviseur en vestigingsdirecteur Groningen, is betrokken bij een mooi renovatieproject op de campus van de Universiteit Twente. Voor het ITC (de faculteit Geo-Informatie Wetenschappen en Aardobservatie) wordt een bestaand gebouw tot op het casco gestript. Rienk vertelt: “Het gebouw uit de jaren zeventig deed eerst dienst als laboratorium en heeft daardoor een nogal specifieke vorm. De begane grond fungeerde als techniekruimte en is vrij laag. De eerste etage was voor het lab zelf en juist vrij hoog.” Hij legt uit dat daarom een bijzondere structuur is bedacht. Waar normaal de technische installaties worden weggewerkt in het plafond is er nu gekozen voor een verhoogde vloer, waarin ruimte is voor de technische installaties voor zowel de begane grond als de eerste verdieping.

Smart building

Ook Rienk geeft aan dat ventilatie bij onderwijsgebouwen al voor het coronatijdperk een punt van aandacht was. “Je hebt in zo’n gebouw immers een behoorlijke bezetting van mensen en dan is goede ventilatie belangrijk. Ons credo bij het ITC is: natuurlijke ventilatie waar het kan en mechanische ventilatie waar het moet.” Die aanpak sluit goed aan bij de duurzaamheidsambities van de Universiteit Twente. Ook de wens om een smart building te realiseren, is door deze ambities ingegeven. “We kunnen straks veel data uit het gebouw halen en gebruikers helpen bij een stukje bewustwording. Zo gaan we de verlichting standaard wat lager zetten dan de gebruikelijke 500 lux; gebruikers zullen dat zelf pas hoger zetten als het echt nodig is.”

Rienk vertelt dat het gebouw aan de BENG-eisen (Bijna EnergieNeutraal Gebouw) voldoet zonder dat dit wettelijk verplicht is en dat er een WELL-screening is gedaan. “We hebben niet gestuurd op het formele WELL-certificaat, maar wel gekeken welke maatregelen en voorzieningen we konden treffen. Soms zit de winst in eenvoudige aanpassingen: zoals voldoende waterkranen om je flesje te vullen. Samen met de opdrachtgever kijken we steeds kritisch wat wel en wat niet interessant is voor dit project.”


Dit artikel verscheen eerder in Valstar Visie, nr. 13. Lees de hele Valstar Visie
hier.